Tijdens of na de simulatie reflecteren?

Een cruciale vraag voor first responder trainers! Moet je al tijdens of pas na simulatie training reflecteren? Is de mate van transfer van leren hoger als er een in-simulatie én post-simulatie debriefing wordt aangeboden? Tot slot wat zijn de voor en nadelen volgens docenten en studenten? Ik haal een aantal punten uit deze master thesis en moedig je aan om hem zelf te lezen en mij niet klakkeloos over te nemen.

Waarom simulatie training?

Hier liggen twee aannames aan ten grondslag aldus de thesis. Simulaties zouden leiden tot hogere motivatie en tot een betere transfer van vaardigheden dan traditionele leermethoden. Simulatie training is een vorm van ervaringsleren waarbij reflectie op de ervaring cruciaal is. In lijn met Manon Ruijters moet direct opgemerkt worden dat je van een ervaring op zich niet perse hoeft te leren. Reflectie is cruciaal.

Reflection on action

Bij simulatie training vindt reflectie veelal achteraf plaats, tijdens de debriefing (post-simulatie debriefing). Ook wel reflection on action genoemd. Reflection on action heeft betrekking op het terugkijken op de leerervaring: het achteraf evalueren van de effecten van het handelen ten opzichte van de vooraf gestelde doelen.

Een nadeel van alleen achteraf reflecteren is dat studenten niet meer de mogelijkheid hebben om nog tijdens de simulatietraining verbeteringen aan te brengen in hun acties.

Maar leren studenten niet diepgaander en met betere transfer wanneer er, naaste een reflectie achteraf, ook een reflectie plaatsvindt tijdens de leeractiviteit: de zogenaamde reflection in action?

Reflection in action

Reflection in action beschrijft het geïntegreerde proces van denken tijdens het doen: het continu onderzoeken, uitproberen en bijsturen tijdens de leeractiviteit. Door deze reflection in action wordt de student meer eigenaar van het eigen leerproces.

De focus ligt daarbij op de ontwikkeling van metacognitieve vaardigheden zoals zelfregulatie, regie van het eigen leerproces en plannen en herstellen van fouten tijdens de leeractiviteit.

De student conceptualiseert dan namelijk niet alleen achteraf ervaringen naar abstracte cognitieve “regels” maar ervaart daarnaast tijdens het leren dat hij/zij zichzelf anders aan kan sturen waardoor er verbetering op kan treden.

Op deze manier zou de student diepgaander kunnen leren: opgedane kennis en vaardigheden kunnen beter beklijven en worden beter toepasbaar op nieuwe situaties in de toekomst.

Vanuit deze gedachte krijgt reflecteren een andere functie. Reflecteren is niet langer alleen gericht op het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden maar wordt meer gericht op het ontwikkelen van metacognitieve vaardigheden. Door het toepassen van deze reflection in action zou een betere transfer van het geleerde naar nieuwe situaties mogelijk zijn.

Het onderzoek

Doel van deze studie was het effect te meten van tussentijdse reflectie op de mate van transfer van leren van verpleegkundestudenten in een simulatietraining. Daartoe werd in een quasi-experiment met post-test de transfer van leren in twee condities vergeleken bij 76 vierdejaars verpleegkundestudenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) (gemiddelde leeftijd 23,5 jaar, 11 mannen en 65 vrouwen). De interventiegroep (n =39) kreeg een HFPS-training met zowel in-simulatie debriefing als post-simulatie debriefing. De controlegroep (n =37) kreeg een HFPS-training met alleen post-simulatie debriefing.

Resultaat

Studenten die een simulatietraining hebben gevolgd waarin insimulatie én post-simulatie debriefing wordt aangeboden, vertonen een hogere mate van transfer van leren dan studenten die een simulatietraining hebben gevolgd waarin alleen post-simulatiedebriefing wordt aangeboden.

Dit sluit ook aan bij de theorie van Clapper (2014): het geven van zowel in-simulatie debriefing als post-simulatie debriefing kan leiden tot het stimuleren van metacognitieve vaardigheden, tussentijdse kennisverwerking en experimenteren.

Hierdoor verbeteren de motivatie van de student, de prestaties op taken en de besluitvorming en de student ontwikkelt heuristieken.

Deze bevindingen worden verder ondersteund door de kwalitatieve data uit de interviews: door toepassen van in-simulatie debriefing kunnen studenten terugblikken, ontbrekende kennis ophalen en hun handelen bijsturen. Studenten geven daarbij aan meer gemotiveerd te zijn tijdens en na de training. 

Voordelen in-simulatie debriefing

Studenten en docenten ervaren een groot voordeel in herhaald toepassen van een vaardigheid binnen één leeractiviteit. Studenten geven aan dat het geleerde dan beter “blijft hangen”. Ook docenten gaven aan dat zij door de in-simulatie debriefing zagen dat studenten alternatieven ontwikkelden voor hun handelen waardoor zij daarna meer helder hadden wat hun taak was en beter konden presteren.

Bij een training met alleen postsimulatie debriefing ontdekken studenten pas achteraf hoe ze hun handelen hadden moeten aanpassen en op dat moment kunnen ze er nog weinig mee. Vaak duurt het dan lang voordat zich een nieuw leermoment aanbiedt waarop ze dit kunnen toepassen en is alles wat ze eerder geleerd hebben alweer weggezakt.

Een ander voordeel is dat in-simulatie debriefing kan voorkomen dat studenten negatieve leerervaringen opdoen

Nadelen in-simulatie debriefing

Een nadeel wat genoemd wordt is dat als je de simulatie onderbreekt voor in-simulatie debriefing je de studenten geen mogelijkheid geeft om de gevolgen van hun fouten daadwerkelijk te ervaren. Dit zou essentieel zijn voor de simulatie-ervaring.

Wanneer de simulatie bij in-simulatie debriefing wordt opgeschort om tussentijds te reflecteren, zou dit het klinisch en emotioneel realisme van de simulatie ondermijnen.

Binnen dit onderzoek werd dit nadeel door één van de docenten en een enkele student benoemd, echter de meerderheid van de studenten en docenten heeft dit niet als een probleem ervaren. Zij zien het juist als een voordeel dat het in deze oefensituatie, in tegenstelling tot de daadwerkelijke praktijk, mogelijk is om een situatie op “pauze” te zetten en een extra leermoment te creëren.

Nadelen voor docenten

Wat betreft de toepasbaarheid van zowel in-simulatie debriefing als post-simulatiedebriefing wordt in de kwalitatieve data beschreven dat het extra inspanning op het gebied van timemanagement van de docent vraagt.

Door meer variëteit in de activiteiten tijdens de training moet de docent meer schakelen en bijsturen om alle onderdelen aan bod te laten komen. Dat kan onrust geven en het vraagt om goed getrainde docenten die hier flexibel mee om kunnen gaan.

Bron

Tussentijdse Reflectie en Transfer van Leren: Het effect van tussentijdse reflectie in een simulatietraining op de transfer van leren van verpleegkundestudenten van den Heuvel-Lensen, I. (Author). 2 Dec 2018