Representatief training design

Je kunt niet altijd alleen volledige simulaties trainen (trainen is af en toe ook niet-specifek) maar je kunt wel je training representatief maken t.o.v. het werk. Volgens het RLD (Representatief Learning Design) is het belangrijk om oefeningen te ontwerpen met een hoge “functionality” en “action fidelity”.

Functionality

Verwijst naar de mate waarin een agent dezelfde informatiebronnen handhaaft in trainingen als in het werk. Visuele informatie ( benaderen van een verdachte of een object tot aan de emotionele expressie van de gespeelde ‘boef’) , haptisch (aanraken van een verdachte, voelen van verzet), geluid (emoties in de stem van verdachte, knal bij het schieten). In het werk baseren collega’s hun handelen op informatie uit de omgeving: dit niet meenemen in de training zorgt voor lage transfer.

Dit is direct gelinkt aan de OODA loop: alles start met observeren en orienteren op basis van informatie uit de omgeving. Dit is de essentie van het werk.

Voorbeeld uit tennis

De bewegingen van de tegenstander is bijvoorbeeld een belangrijke bron van informatie voor een speler. Een ballenmachine of een trainer die ballen aanspeelt vanuit het mandje bevat een lage functionality, omdat visuele aanwijzingen (perceptie-actie koppelingen) ontbreken. Tennissers reageren daarom anders op ballen van een ballenmachine/trainer dan wanneer zij de bal ontvangen van een tegenstander (Pinder et al., 2012). Het is daarvoor cruciaal voor trainers en coaches om situaties te creëren, waarbij sporters op bewegingen van de tegenstanders kunnen reageren (Krause et al., 2018)

Action fidelity

Staat voor de mate waarin de bewegingen van dienders overeenkomen met de bewegingen in de praktijk. Een geisoloeerde ‘haak’ leidt tot een hele andere beweging en lichaamsinzet dan het fixeren controleren van een verdachte met verzet. En je loopt heel anders – letterlijk – naar een dekking toe op de schietbaan dan als er (met sim bv) op je geschoten wordt. Zo bewegen voetballers ook anders in een losse sprint dan in het sprinten om een bal in een wedstrijd.

Tot slot

Besteed een groot deel van de training en oefeningen aan werk specifieke perceptie-actie koppelingen zodat er een grote transfer van training naar praktijk is.